In de vorige HB-update deelde ik al dat het regelmatig niet bij één burn-out blijft wanneer de onderliggende oorzaak niet wordt weggenomen. Vaak genoeg is er namelijk een mismatch ontstaan tussen de manier waarop je werkt en wat bij jou past: hoe je bedraad bent, wat je wilt en nodig hebt en waar jouw kwaliteiten het beste tot hun recht komen.
Maar er is nog iets wat de kans op opnieuw uitvallen kan vergroten: te snel weer aan de slag willen en daarbij willen functioneren zoals vóór je burn-out.
Wanneer je bent uitgevallen met een burn-out, is het overigens heel logisch dat je zo snel mogelijk weer aan het werk wilt. Soms vanuit je eigen plichtsbesef, loyaliteit- en verantwoordelijkheidsgevoel en soms omdat je druk ervaart van je werkgever.
Maar zo snel mogelijk terugkeren naar werk is niet altijd het juiste doel om na te streven. Want wanneer je focus vooral daarop ligt, kun je een aantal belangrijke dingen over het hoofd zien.
Op de eerste plaats loop je het risico dat je weer aan het werk gaat terwijl je nog niet helemaal hersteld bent. Dan ga je als het ware met een halflege tank weer aan de slag. Daar komt bij dat je na een burn-out vaak nog langere tijd minder belastbaar bent, waardoor je eerder tegen je grenzen aanloopt. En als je die grenzen niet bewaakt, zit je zo weer thuis.
Op de tweede plaats kun je van jezelf gaan verwachten dat je ook zo snel mogelijk weer dezelfde hoeveelheid energie hebt en dezelfde inspanning kunt leveren als vóór je burn-out.
In het e-book ‘Nooit meer een burn-out’ deel ik ook over de burn-out-formule. Een deel van die formule gaat over de verhouding tussen inspanning en ontspanning. Wanneer die verhouding lange tijd uit balans is, word je gevoeliger voor een burn-out. Dat zie ik regelmatig bij hoogbegaafden die de lat hoog leggen voor zichzelf.
Hoewel het vaak logisch voelt om tijdens je herstel toe te werken naar het moment waarop je weer kunt functioneren zoals vóór je burn-out, zit juist daar ook een belangrijke valkuil. Want de manier waarop je vóór je burn-out functioneerde, heeft je uiteindelijk ook op het punt gebracht waarop je bent uitgevallen.
Misschien was bijvoorbeeld altijd nét iets meer doen dan gevraagd werd heel logisch voor jou. Misschien was doorgaan als je moe was heel normaal. En misschien was 120% geven jouw vaste norm. Dan kan 100% geven zelfs gaan voelen alsof je niet genoeg doet.
Alsmaar proberen te functioneren op 120% is echter totaal niet duurzaam. Je vraagt dan structureel meer van jezelf dan je op dat moment te geven hebt en functioneert daarmee op wat ik ‘geleende energie’ noem. En op een bepaald moment komt dan (weer) de rekening.
Weer kunnen functioneren zoals vóór je burn-out is daarom niet per definitie een streven dat je moet willen hebben.
In plaats van jezelf af te vragen hoe je zo snel mogelijk weer kunt gaan functioneren zoals voor je burn-out, kun je jezelf dan ook beter de vraag stellen: hoe wil en kan ik gaan functioneren op een manier die bij mij past én die ik ook op de lange termijn kan volhouden?
Je kunt hier trouwens het gratis e-book ‘Nooit meer een burn-out’ aanvragen.