Hoogbegaafdheid bij kinderen: kenmerken en gedrag

Heb je jezelf weleens afgevraagd: "is mijn kind hoogbegaafd?" doordat je kenmerken van hoogbegaafdheid bij jouw kind ervaart? Hoogbegaafdheid bij kinderen geven kenmerken als perfectionisme, faalangst, intense emoties, het diepe nadenken, bezig zijn met volwassen vraagstukken en het vele vragen stellen? Dan is het belangrijk om te onderzoeken in hoeverre er inderdaad sprake is van hoogbegaafdheid. Door hier tijdig inzicht in te krijgen, kun je namelijk het risico op sociale, emotionele en cognitieve problemen aanzienlijk verkleinen. Denk hierbij aan eenzaamheid, (existentiële) depressies, emotionele uitbarstingen, onderpresteren en uitval op school.

Als ouder wil je ongetwijfeld dat jouw kind gelukkig is. Dat jouw kind zich kan ontwikkelen, aansluiting vindt bij andere kinderen en zijn of haar plek gaat vinden in de samenleving. Bij hoogbegaafde kinderen is dat alleen minder vanzelfsprekend. Voor jou als ouder is het daarom extra belangrijk dat jij begrijpt wat hoogbegaafdheid is en meebrengt. Alleen dan kun je passende begeleiding voor jouw kind mogelijk maken. In dit artikel vind je ter ondersteuning hiervan meer inzicht in hoogbegaafdheid en hoe het te herkennen is.

Hoewel een aantal kenmerken van hoogbegaafdheid opvallen, is het overigens als ouder soms lastig om in te schatten of jouw kind hoogbegaafd is. Wanneer je weinig vergelijkingsmateriaal hebt, kan bijvoorbeeld de kenmerkende snelle ontwikkeling als normaal gezien worden. Heb je wel dat vergelijkingsmateriaal? Dan zul je eerder geneigd zijn om te denken dat andere kinderen achterlopen en langzamer zijn.

Wat ook niet meehelpt, is dat er nog steeds veel misvattingen in omloop zijn die in de weg staan van het kunnen herkennen en durven benoemen van hoogbegaafdheid. Zo denken veel mensen nog steeds dat hoogbegaafde kinderen altijd hoge resultaten halen op school. Wat zeker niet per se het geval is.

Het is overigens niet vreemd als je wat terughoudend bent in het gebruiken van de term hoogbegaafd, bijvoorbeeld vanuit de angst om opschepperig over te komen. Er wordt ook nog regelmatig geroepen dat ‘iedereen wel wilt dat z’n kind hoogbegaafd is’. Maar het opvoeden van een hoogbegaafd kind brengt best wat uitdagingen mee. En juist omdat de omgeving en school weerstand kan bieden aan de eventuele hoogbegaafdheid van jouw kind, is het extra noodzakelijk dat je als ouder voor jouw kind gaat staan wanneer jij signalen ziet die gerelateerd zijn aan hoogbegaafdheid. Ook als je daar nog over twijfelt. Ook als jij de enige bent die het ziet. Blijf jezelf er in dat geval in verdiepen zodat je steeds duidelijker kunt zien en aangeven welke ondersteuning gewenst is.

Hoogbegaafdheid bij peuters, baby’s en kleuters

Hoogbegaafdheid bij kinderen kan al vrij vroeg herkend worden, als je weet waar je op moet letten. Naast de hiervoor genoemde kenmerken zijn er namelijk kenmerken die je specifiek bij baby’s, peuters en kleuters kunt signaleren.

Overigens spreek je bij peuters en kleuters officieel nog niet van hoogbegaafdheid maar van een ontwikkelingsvoorsprong. Omdat de ontwikkeling van kinderen niet lineair verloopt maar in sprongen, kan een ontwikkelingsvoorsprong op termijn verdwijnen. Toch is het wel nodig om hier aandacht aan te besteden. Zeker als er een vergrootte kans op hoogbegaafdheid is. Dit is bijvoorbeeld het geval als je als ouder ook herkenning vindt in hoogbegaafdheid of als hoogbegaafdheid in de familie zit.

Je kunt bij hoogbegaafde peuters, kleuters en baby’s naast de hiervoor genoemde kenmerken, ook de volgende kenmerken herkennen:

  • Het snel na de geboorte oogcontact maken, optillen van het hoofdje (na 1 week) om de omgeving te bekijken en het met de ogen volgen van ouders vanuit de box;
  • Het hebben van een alerte, heldere blik
  • Het hebben van diepgaande interesses
  • Het snel uitgekeken raken op speelgoed
  • Het hebben van een sterke eigen wil en het dingen zelf willen doen;
  • Het stellen van ontzettend veel vragen en het verlangen om alles te weten;
  • Het kennen van veel begrippen en tegenstellingen (hoog/laag, groot/klein enz.);
  • Het nodig hebben van heel weinig of juist heel veel slaap;
  • Het hebben van een zeer goed geheugen (op 3-jarige leeftijd iets vertellen van een jaar geleden);
  • Het hebben van moeizaam contact met leeftijdsgenootjes, maar wel goed kunnen spelen met oudere of jongere kinderen;
  • Het stellen van hoge eisen aan zichzelf, extreem perfectionisme tonen, en gefrustreerd raken als dingen niet lukken

Kenmerken van hoogbegaafdheid bij kinderen

Hoogbegaafdheid heeft invloed op hoe jouw kind denkt, voelt en doet. Het brengt specifieke eigenschappen en kenmerken mee, al zal de uiting daarvan per hoogbegaafde verschillen. Dat betekent ook dat niet alle deelkenmerken die je hieronder vindt, zichtbaar tot uiting zijn gekomen of tot uiting gaan komen. Bij Gifted People gebruiken we daarom ook het AIS-model om hoogbegaafdheid te omschrijven. Daar waar de deelkenmerken verschillen per hoogbegaafde, zijn de drie hoofdkenmerken van het AIS-model; anders, intens en snel, namelijk wel altijd in de kern aanwezig.

Belangrijke deelkenmerken van hoogbegaafdheid die je bij hoogbegaafde kinderen kunt herkennen zijn in ieder geval de volgende:

    1. Nieuwsgierigheid en kritische ingesteldheid; hoogbegaafde kinderen hebben en stellen bovengemiddeld veel vragen. Ze willen graag weten waarom dingen zijn zoals ze zijn. Ze zetten vraagtekens bij hoe dingen ‘altijd’ gedaan worden, stellen regels, tradities en de gevestigde orde ter discussie en kunnen in de klas de juf/meester terechtwijzen als ze iets zeggen wat niet klopt of incompleet is. Als dat vaker voorkomt, verliezen hoogbegaafde kinderen ook het vertrouwen in een leerkracht wat hun leerproces in de weg staat. Vanwege de nieuwsgierigheid kunnen ze daarnaast uit interesse onbeleefde vragen stellen en niet begrijpen waarom anderen die vragen vervelend of kwetsend vinden, of waarom je dat niet mag vragen;
    2. Voorsprong in de ontwikkeling: een belangrijk kenmerk van hoogbegaafdheid is het voorlopen in de ontwikkeling. Dit kan zich uiten in de vorm van het eerder kunnen praten, of later maar dan wel meteen met volzinnen. Alsof er gewacht is tot ze het goed genoeg konden. Het kan zich ook uiten in het eerder lopen of later lopen, maar dan zonder vallen en opstaan en sommige hoogbegaafden slaan de kruipfase geheel over. Een hoogbegaafd kind heeft in vergelijking met leeftijdsgenoten een uitgebreidere woordenschat, ze kunnen vaak al vroeg lezen en lezen over het algemeen meer en vaker dan andere kinderen. Meestal willen ze uit zichzelf letters en cijfers leren en omdat ze autodidactisch (zelflerend) zijn, hebben ze zichzelf soms al de lesstof aangeleerd die in de eerste schoolklas nog behandeld gaat worden;
    3. Ongebruikelijk goed geheugen: hoogbegaafde kinderen kunnen gemakkelijk gebeurtenissen en informatie onthouden, vooral dat wat hun interesse heeft of wat indruk heeft gemaakt. Zo onthouden ze bijvoorbeeld dingen die ze op heel jonge leeftijd hebben meegemaakt en wat andere kinderen niet onthouden zouden hebben. Ze kunnen zich precies herinneren wat je een keer gezegd of beloofd hebt en bijna woord voor woord een gesprek reproduceren. Hierdoor kunnen ook conflicten ontstaan met ouders en leerkrachten omdat er een afspraak of belofte niet wordt nagekomen of omdat de volwassene iets ontkent waar een hoogbegaafde kind van overtuigd is;
    4. Leergierig en breed geïnteresseerd: hoogbegaafden hebben een groot verlangen naar het vergaren van kennis en nieuwe informatie. Sommige hoogbegaafde kinderen focussen zich daarom (tijdelijk) helemaal op één onderwerp. Ze kunnen hier dan volledig in opgaan, wat obsessief kan overkomen, en een extreem lange aandachtsspanne tonen. Dit wordt soms als autistisch gedrag bestempeld. Andere kinderen wisselen van de ene naar de andere interesse. Het wordt hen vooral verweten dat ze ongeorganiseerd en chaotisch zijn en dat ze ‘nooit iets afmaken’. Vanwege de leergierigheid (en nieuwsgierigheid) voeren hoogbegaafde kinderen soms ook experimenten uit die voor ouders minder gewenst zijn. Zo halen ze bijvoorbeeld de broodrooster of de televisie uit elkaar omdat ze willen weten hoe het in elkaar zit. Als ze dat eenmaal weten, verliezen ze er weer net zo snel hun interesse in;
    5. Sterke fantasie en creativiteit: dit kenmerk kan op verschillende manieren tot uiting komen. Van het hebben van denkbeeldige vriendjes tot het volledig kunnen opgaan in hun eigen wereld en fantasieën. De denkbeeldige vriendjes worden soms overigens zo serieus genomen, dat ouders zich zorgen gaan maken. In de meeste gevallen is dit slechts een uiting van de verbeeldingskracht en is zorgen maken niet nodig. Hoogbegaafde kinderen kunnen daarnaast zo opgaan in hun gedachten of dagdromen dat ze niet meer merken wat er in hun omgeving gebeurt. In het verlengde van de creativiteit hebben hoogbegaafden vaak ook een opmerkelijk en associatief gevoel van humor. Dit kan zich uiten in woordgrapjes, het opmerken van inconsistenties en nuances die leeftijdsgenootjes vaak ontgaan. Leeftijdgenoten snappen de grappen van hoogbegaafde kinderen ook vaak niet, en andersom geldt dat net zo. De creativiteit kan zich daarnaast uiten in de manier waarop een hoogbegaafd kind bepaalde taken en opdrachten aanpakt en de manier waarop tot bepaalde antwoorden en conclusies wordt gekomen.
    6. Asynchrone ontwikkeling: de ontwikkeling van een hoogbegaafd kind loopt vaak asynchroon, wat wil zeggen dat ze uit de pas lopen met zichzelf. Ze kunnen bijvoorbeeld al zien hoe ze iets willen, al weten hoe iets moet, maar nog niet de verfijnde motoriek hebben om het te maken. Hierdoor kan frustratie ontstaan. Ook omdat ze van zichzelf verwachten dat ze het al moeten kunnen. Deze asynchrone ontwikkeling uit zich ook in het cognitief al verder zijn dan de sociale en emotionele ontwikkeling. Daardoor kan een hoogbegaafd kind heel volwassen en wijs overkomen en vergeten ouders en leerkrachten nog wel eens dat deze kinderen nog steeds bepaalde sociale en emotionele ondersteuning nodig hebben.
    7. Complex en divergent denken: hoogbegaafden hebben een andere manier van denken en een voorkeur voor ingewikkelde taken. Ze denken vaak moeilijker dan nodig waardoor ze moeite kunnen hebben met simpele taken, vragen en opdrachten. Hoe makkelijker bepaalde vragen en antwoorden zijn, des te groter de kans dat er fouten worden gemaakt. Onder andere omdat hoogbegaafden dan denken dat het antwoord wat ze in gedachten hebben ‘te makkelijk is’ en op zoek gaan naar een ander antwoord. Of ze kunnen hun aandacht er niet bij houden omdat het ‘saai’ wordt gevonden. Vanwege het divergent denken, worden soms ook tot antwoorden gekomen die niet de bedoeling waren, maar ook niet per se fout zijn. Of er wordt op een andere manier tot een bepaald antwoord gekomen en niet zoals de bedoeling was. Hier worden ze soms door leerkrachten op afgestraft wat het zelfvertrouwen beschadigd. Hoogbegaafden kunnen bovendien snel verbanden leggen en daarmee tot onverwachte en ongewone inzichten en oplossingen komen. Ze halen daarnaast ook plezier uit het bedenken van complexe spelletjes, waar leeftijdsgenoten vaak weinig van begrijpen. Dit kan leiden tot wederzijdse frustratie.
    8. Hoogensitiviteit en intensiteit: vanwege de bovengemiddelde sensitiviteit ervaren hoogbegaafden meer prikkels, ze ervaren deze prikkels intenser en ze worden ook bovengemiddeld aangetrokken tot bepaalde prikkels. Hoogbegaafde kinderen zijn zich vaak al vroeg bewust van de eigen emoties en wanneer ze deze uiten, worden ze door de omgeving regelmatig bestempeld als ‘te’. Denk aan te emotioneel, te gevoelig, te overdreven, te perfectionistisch of te kritisch. Hoogbegaafde kinderen snappen en voelen vaak goed aan wat er om hen heen gebeurt maar kunnen nog niet altijd met de bijbehorende emoties omgaan. Bijvoorbeeld de onmacht en het verdriet als een klasgenoot gepest wordt, of als ze horen over bosbranden of dierenleed. De kenmerkende gevoeligheid kan er ook voor zorgen dat ze zich snel gekwetst voelen door kritiek of feedback van een leerkracht als ze iets fout hebben gedaan. Voor
      hoogbegaafde kinderen geldt overigens specifiek dat veel van wat ze doen met een grotere intensiteit gedaan wordt dan leeftijdsgenoten. Deze intensiteit is ook terug te zien in emotionele uitbarstingen en rivaliteit met broers en zussen.
    9. Sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel: hoogbegaafden hebben een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel en kunnen intens reageren op iets wat oneerlijk, onredelijk of onrechtvaardig voelt of niet klopt met wat is afgesproken. Hierdoor kunnen machtsstrijden ontstaan met volwassenen. Ze zijn sterk overtuigd van wat ze geloven en kunnen zeer gedreven overkomen. Hoogbegaafde kinderen maken zich vaak eerder druk om regels en gedragingen en vinden het moeilijk om om te gaan met de tegenstrijdigheden en oneerlijke zaken die ze signaleren in de wereld om hen heen.

Sociale en emotionele problemen bij hoogbegaafden

Hoogbegaafdheid brengt bepaalde begaafdheden mee, maar ook zeker risico’s op sociaal en emotioneel vlak. Omdat hoogbegaafdheid voorkomt bij zo’n +/- 2.5% van de samenleving, is de kans groot dat je als hoogbegaafde weinig gelijkstemden om je heen hebt. Voor een hoogbegaafd kind brengt dat mee dat er geen of weinig ontwikkelingsgelijke zijn, wat de sociale en emotionele ontwikkeling in de weg staat. We leren namelijk mens-zijn van en met andere mensen. Ook ontstaan gevoelens van eenzaamheid omdat er geen echte diepere connectie ervaren en gevonden wordt bij leeftijdsgenoten. Soms wordt deze connectie wel gevonden bij oudere kinderen. Hoogbegaafde kinderen trekken daarom vaak ook naar oudere kinderen en volwassenen toe.

Omdat hoogbegaafden voorlopen in hun ontwikkeling, een ander gevoel voor humor hebben en op een andere manier denken en de wereld ervaren, wordt soms onterecht gedacht dat er een sociale ontwikkelingsachterstand is. Bijvoorbeeld omdat de communicatie met klasgenoten moeilijk gaat. Het is alleen vaak juist de ontwikkelingsvoorsprong die de communicatie bemoeilijkt. Zo gebruiken hoogbegaafde kinderen moeilijkere woorden en begrippen en hebben ze andere interesses dan leeftijdsgenoten. Vanwege het voorlopen, hebben ze bovendien te hoge verwachtingen van vriendschappen en voelen ze zich vaak onbegrepen, waardoor ze teleurgesteld kunnen raken. Ze raken ook relatief snel verveeld van vriendjes, vriendinnetjes en spelletjes omdat ze zich sneller ontwikkelen in het spelen. Hoogbegaafde kinderen hebben meer intellectuele prikkels nodig en die kunnen leeftijdsgenoten vaak niet bieden. Samenspelen met leeftijdsgenoten, is daarom niet altijd een succes.

De sensitiviteit van een hoogbegaafd kind kan daarnaast in de thuissituatie meebrengen dat ze heel goed kunnen aanvoelen wat er van hen verwacht wordt of wat een ouder bijvoorbeeld nodig heeft. Wanneer een hoogbegaafd kind merkt dat een ouder emotioneel niet lekker in het leven staat, zal het instinctief een zorgende rol op zich nemen. Als gevolg komt het hoogbegaafde kind niet toe aan de eigen emotionele ontwikkeling en gaat het zichzelf wegcijferen om één of beide ouders te plezieren. Alice Miller schreef hier ook over in het boek ‘Het drama van het begaafde kind’.

Hoe test je op hoogbegaafdheid bij kinderen?

Is het nodig om jouw kind officieel te laten testen op hoogbegaafdheid? Dan is de eenvoudigste methode daarvoor door middel van een intelligentietest. Hoogbegaafdheid brengt namelijk een bovengemiddelde intelligentie mee wat zich vertaalt naar een IQ score van 130 of hoger. Overigens spreken we over vaststellen en niet over een diagnose omdat hoogbegaafdheid geen stoornis is.

Naast een intelligentietest is het ook nodig dat er gekeken wordt naar persoonlijkheidskenmerken in de vorm van een persoonlijkheidsonderzoek. Hiermee kan gezien worden in hoeverre de zijnskenmerken van hoogbegaafdheid aanwezig zijn. Hoogbegaafdheid is namelijk meer dan alleen intelligentie. Bovendien komt intelligentie niet altijd naar voren op een IQ test . Als je meer wilt weten over het testen van hoogbegaafdheid, hoe het gedaan wordt, waarom het wel of niet aan te raden is en wat de voor- en nadelen zijn, lees dan dit artikel: 'Wel of niet testen op hoogbegaafdheid'.

Is hoogbegaafdheid erfelijk?

Hoogbegaafdheid is voor een deel erfelijk. Het is alleen moeilijk om te bepalen hoe groot het erfelijkheidscomponent precies is. Omgevingsfactoren zoals geboortecomplicaties, onderwijs en ziekte hebben daarnaast ook invloed op het intelligentieniveau en de mate waarin bepaalde kenmerken ontwikkeld worden en tot uiting komen.

Wanneer jij zelf herkenning vindt in hoogbegaafdheid, houd er dan rekening mee dat jouw kind ook hoogbegaafd kan zijn. Weet wel dat hoogbegaafdheid verschillend tot uiting kan komen en dat je daardoor best wat verschillen kan zien tussen jezelf, jouw kind en ook tussen broers en zussen onderling. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat jouw dochter de klassieke intelligentie vertoont en daarom als ‘slim’ wordt aangemerkt op school, terwijl jouw zoon lage cijfers haalt, wangedrag vertoont en pas tot leven komt als hij aan het sporten is.

Vaak genoeg komen ouders er overigens via hun kinderen achter dat er bij henzelf ook sprake is van hoogbegaafdheid. Heb jij door jezelf te verdiepen in hoogbegaafdheid herkenning in de kenmerken gevonden? Onderzoek dan voor jezelf wat hoogbegaafdheid voor jou betekent. Ook als je nog twijfelt of denkt dat je daar niet ‘slim’ genoeg voor bent. Wees nieuwsgierig naar wat je er aan inzichten voor jezelf uit kunt halen. Zie het als een middel om jezelf beter te begrijpen, om jouw eigen unieke kwaliteiten verder te kunnen ontwikkelen en om jouw weg te kunnen belopen. Dat is net zo goed in het belang van jouw kind omdat jij het allerbelangrijkste rolmodel bent voor hem of haar.

Meer lezen over hoogbegaafdheid? Vraag dan gratis het ebook over hoogbegaafdheid aan