Waarom je soms beter niet kunt doen wat de bedoeling is

Waarom je soms beter niet kunt doen wat de bedoeling is

Adrienne | Gifted People Hoogbegaafdheid 30 Comments

Ik heb ooit voor een schoolopdracht mijn hele fantasie en creativiteit gestort in een reeks liefdesbrieven. Ik was er echt heel trots op. Het was meeslepend, romantisch, bevatte een bijzondere twist in het verhaal en was goed geschreven (al zeg ik het zelf). Ik wist zeker dat geen enkele klasgenoot zoveel aandacht, tijd en energie in deze opdracht had gestoken. Niemand had het gedaan zoals ik het had gedaan. Met enthousiasme leverde ik mijn originele brievenreeks in.  

Wat bleek. Het klopte dat niemand het had gedaan zoals ik. Zoals ik het had gedaan was namelijk helemaal niet de bedoeling. 

Hoewel mijn docent mijn creativiteit kon waarderen, had ik een zakelijke brievenreeks moeten schrijven. Een sollicitatiebrief en een reactie daarop. Dat had ik nergens in de opdracht zien staan, maar blijkbaar was ik de enige die dat niet vanzelfsprekend had gevonden. 

Na een kleine interne kortsluiting, schreef ik een iets minder creatieve brievenreeks waarin ik solliciteerde op een functie die ik nooit zou willen hebben. Mijn eigen brieven vond ik een stuk leuker. Ik had ze zelfs handgeschreven. Was ook niet de bedoeling. 

Die ‘niet de bedoeling-dingen’ zijn een soort terugkerend thema in mijn leven. Misschien herken je dat bij jezelf ook wel. Als hoogbegaafde zul je namelijk sneller dingen doen die niet de bedoeling zijn, omdat je op een heel andere manier tegen dingen aankijkt. Wat voor anderen heel logisch en vanzelfsprekend is, is dat voor jou niet, en andersom. Daardoor ga je op een gegeven moment ook aan jezelf twijfelen en ga je je afvragen: ‘Ben ik nou zo gek?’ of ‘Ligt het nou aan mij?’. 

Als je regelmatig wordt afgewezen op jouw andere manier van doen en denken, wordt het daarnaast steeds moeilijker om jouw unieke visie te kunnen en durven uiten. En dat is super zonde. Want soms leiden dingen die niet de bedoeling lijken tot iets wat wel de bedoeling is. Door een andere manier van denken en doen, kunnen juist heel veel mooie initiatieven en verbeteringen ontstaan. 

Bovendien worden vraagstukken en problemen niet opgelost door hetzelfde te blijven doen. Juist door mensen in te zetten die niet doen wat de bedoeling is, worden de beste ideeën en oplossingen gevonden. Een mooie quote van Einstein is ook: ‘We can’t solve problems with the same thinking we used when creating them.’ 

Daarom is het zo belangrijk dat jij dingen blijft doen die niet de bedoeling zijn. En als je op plekken bent waar dat niet gewaardeerd wordt, of waar dat zelfs wordt afgestraft, vraag jezelf dan af of je wel op de juiste plekken bent.  

Wat in ieder geval een goede plek is, is een plek waar je gelijkgestemden kunt treffen. Je zult merken dat de herkenning in de verhalen van anderen je helpt om jezelf beter te begrijpen en om te accepteren dat je soms simpelweg niet doet wat de bedoeling is. Als je meer gelijkgestemden zoekt, is het Gifted People Membership misschien wel de juiste plek voor jou. Naast gelijkgestemden, kun je ook interessante programma’s volgen die jou helpen om meer uit jezelf en het leven te halen. Kijk vooral even hier: Gifted People Membership.

 PS. Herken je dit en heb jij ook wel eens iets gedaan wat echt niet de bedoeling was? Ik lees jouw verhaal graag onder de blog.

 

Vraag hier het gratis e-book aan: ‘Hoogbegaafdheid het is meer dan je denkt’.  Je ontvangt dan ook de wekelijkse HB- updates gemakkelijk in je mail.

Vorige blogVolgende blog

Comments 30

  1. JA! Dit herken ik! Sterker nog: het is momenteel een van mijn supervisie thema’s. Het gebeurt mij regelmatig weer dat ik ergens mee worstel, en dat blijkt dan het thema van de nieuwsbrief!

    Deze worsteling ken ik al jaren. Als ik enthousiast ben over een opdracht, dan kleur ik die het liefst naar eigen verlangen in. Sommige leerkrachten, docenten en werkgevers kunnen dit enorm waarderen en prijzen mij de hemel in om mijn nieuwe, creatieve visie. Maar andere keren word ik afgestraft om het niet blijven binnen de kaders. Dat hakt er altijd even in, omdat ik me afgewezen voel na het tonen van authenticiteit.

    “Als iedereen zijn eigen ding zou doen, zou het een zootje worden”, kreeg ik eens als feedback op een verslag waarin ik mijn eigen weg was begaan. Onzin toch? Geef mij liever een authentiek zootje dan een lopende band aan kopietjes.

  2. En of ik jou verhaal herken: het gebeurt super vaak vroeger op school met name bij geschiedenis beschreef ik de bijzaken die n gebeurtenis specifiek maakte ipv de hoofdzaken te benoemen die voor mij juist zo logisch waren…
    Het hefstig was toen ik deelnam aan een simulatie bedrijf. Ik zou daar ervaring op een kantoor opdoen over inkoop en verkoop afdeling. Daar moest ik op de receptie beginnen. Op dag 1 was ik ingewerkt en werden me wat taken uitgelegd en ging ik daar mee aan de slag. Op een vd volgende dagen had de juf-bedrijfleidster niet gelijk tijd voor mij om de voor die dag gewenste werkzaamheden te vertellen. Wel zag ik dat de taken van die eerste dag weer gedaan konden worden: lijstjes bijwerken. Dus daar ging ik, op eigen initiatief, mee aan de slag…..dat werd niet gewaardeerd: ik had moeten wachten tot zij mij gezegd had dat te gaan doen….voor mij is dat juist onbegrijpelijk: persooneel uit de beus laten peuteren terwijl het werk duidelijk voor handen is…
    Later op die zelfde dag tijdens de pauze het volgende situatie: het pand waar de lessen gegeven werden staat tegenover mijn ouderlijk huis. Ook heb ik daar eerder cursusen gevolgd en voelt het alsof ik kind-aan-huis-ben daar in het pand. Er staat een flinke rij bij de bar vd kantine en het tempo van bedienig is laag. Doordat ik horeca ervaring heb was t n doorn in mijn oog: tegen de tijd dat de laatste persoon aan de beurt is is de pauze al voorbij. Dus wat doe ik ik ga helpen achter de bar. De zelfde juf ziet me daar staan en zegt dat ik dat niet mag doen: ‘zie je die streep daar moet jij achter blíjven?’ ‘Ja maar t schiet niet op en de laatste in de rij…’ ‘dat is niet jou probleem of zaak’ ‘het is voor mij een kleine moeite en vind het fijn en leuk om te doen… wat is daar mis mee?’ ‘Je hebt daar niets te zoeken’ mijn beker stond op de bar en ik gaf er een tikje tegen maarde verontwaardigde kracht was t tikje iets harder dan bedoelt en viel de beker voor de juf haar voeten op de grond kapot….’ d’r uit jij en niet meer terug komen’ toegang tot pand ontzegt… net voor t examen… werd ik me toch van school afgestuurd op 32ste….
    Gelukkig werd het examen elders afgenomen en ben ik wel geslaagd. Maar tot op de dag van vandaag kan ik nigsteeds niet begrijpen wat er mis was met mijn werk inzet. Ik kom uit de horeca en heb 10jaar als zaterdag hulpje bij n kapper gewerkt. In beide situaties heb ik geleerd dat ik t werk moest zien en de klusjes oppakken en niet wachten tot iemand zegt wat ik moet gaan doen. Dat zou juist een rede voor ontslag zijn..
    Groet Erika

    1. Dankjewel voor het delen van jouw persoonlijke ervaring, echt waardevol ook om te lezen voor anderen die zich hier zelf ook in kunnen herkennen, dankjewel.

  3. O zo herkenbaar!
    Ook bij een opdracht van school, verpleegkunde klinische redeneren. Verschillende stappen gebruiken en ook aan de rubrics houden, top.
    De opdracht is: een zorgvrager met een meerdere problematiek. Ook die snap ik en ik koos er 1 waarvan ik vond die is best complex. Meerdere ziektebeelden waarvan ook psychiatrie. Ik werk zelf in ggz, dus hoe het wel bij mijn doelgroep met wel ook somatisch.

    Opdracht uitgebreid veel onderzoeken en ik elke stap een probleem uitschrijven. Opdracht is 3 x afgekeurd elke keer een ander feedback( wat mij dus irritatie gaf, want hoe kan je nou op 1 verslag die niet veranderd steeds met iets nieuws komen? Terwijl ik hem aanpast op diegene zijn feedback?) en daarbij de bekende opmerking; ik kan je niet volgen!

    Feedback is niet erg, leer ik van maar de kromme antwoorden en om mijn vraag heen draaien “hoe kan je nu weer mijn een ander feedback geven dan de vorige (keren)?” Zorgt ervoor dat ik ouderwets in discussie ga 🫣

    Mijn opdracht is door behandelaren en 2 artsen gelezen, die mij aan gaven “tja je verslag is echt super! Alleen denk ik dat het voor het MDO te lastig is om net als jij het hele complete beeld van deze zorgvrager te zien.”

    Ik vind dit echt wel lastig, want bij zo opdracht wil ik het helemaal tot de bodem uitzoeken, onderzoeken doen, alleen dat kan op het MDO helemaal niet en moet je echt klassikaal alles stap voor stap en zo klein mogelijk houden.
    Ik heb een time out maar wil en moet deze opleiding van mezelf halen, zodat ik eindelijk door kan HBO. Zoveel spijt dat ik een drop-out ben, en dat je nu diverse startkwalificaties moet behalen voordat ik de opleiding kan doen wat ik heel graag wil.
    Ik weet dat er een toets is dat je kan doen om gelijk te starten op hbo alleen onwijze faalangst en 2 keer net voor de toets niet naar binnen gegaan omdat ik echt dichtklapte.

    Dus als je tips heb hoe hou ik het klein en simpel, dan hoor ik die graag om mijn laatste half jaar eindelijk in september weer te starten ☺️

    1. Dankjewel Sabrina, jij ook bedankt voor het delen van jouw persoonlijke ervaring. Als ik jou was zou ik eens met klasgenoten overleggen hoe zij dit aanpakken. Zodat je een kort en bondiger beeld hebt van hoe ze het willen zien, ook als dat in jouw ogen dan niet volledig is.

  4. Zo vaak meegemaakt.

    Tegen beter weten in het advies van een deskundige volgen en er dan achterkomen dat mijn eerste eigen insteek toch logischer was.

    Uiteindelijk is mijn werk ook lang het zoeken en corrigeren van (denk)fouten in systemen van anderen geweest.

    Op de Mavo had ik een tekenleraar die doorzag wat ik deed en kon en dat ook een beetje stuurde. Veel van geleerd.

    Vervolgens op de Meao een figuur die de kunstacademie door was gerold en zich dus kunstenaar vond. Gevolg: hij begreep totaal niet wat ik deed, zijn opdrachten waren te simpel en niet creatief genoeg. Mijn inzicht in perspectief en schaduwwerking verbaasde hem, omdat het bij mij vrijwel automatisch ging.

    Tekenen was lang een hobby en uitlaatklep, maar na het geblunder van die “kunstenaar” was de lol er voor mij af.

    1. Fijn dat je reageert Gerben en bedankt voor het delen van jouw persoonlijke ervaring,

  5. “Nee, dat is niet de bedoeling.”

    Op de lagere school ging ik als de bliksem die ik met twee vingers in de neus had gesmeerd, maar op het gymnasium klungelde ik maar wat van de ene desillusie naar de andere. In de eerste klas van de middelbare school namen mijn ouders mij daarom mee naar een kinderpsycholoog (‘o jee, komt het wel goed met het joch?’). We hebben het nu over 30 jaar geleden.

    Van mijn ouders heb destijds gehoord dat er niet veel uit dat onderzoek kwam. De psychologe wist wel dat dode talen niks voor mij waren (wellicht vanwege de praktische inzetbaarheid die ik belangrijk vind?). Maar dat wist ik toen zelf ondertussen ook al. (En tegenwoordig ben ik juist blij dat ik die dode talen heb gehad, omdat ik nu toch het praktisch nut ervaar.)

    Er is één onderdeel van het onderzoek dat ik mij nog heel goed kan herinneren.
    Ik kreeg vier prentkaartjes voorgeschoteld. Op die kaartjes stonden getekende afbeeldingen van bijvoorbeeld een man onder een lantaarnpaal in een donker steegje, mensen met onherkenbare gezichten in een depressieve stortbui. De tekeningen waren monochroom en met veel arceringen. Ze maakten op mij een mistroostige indruk.

    De bedoeling was dat je die kaartjes in een volgorde legde en er vervolgens een verhaaltje bij schreef. Ik zag toen meteen al een paar mogelijke volgordes. Maar het leek mij juist leuk om ze op een meer ‘kronkelige’ volgorde neer te leggen, één die dus niet direct logisch leek. Vervolgens heb ik mijn verhaaltje erbij geschreven. Dat bleek (naar ik later hoorde) een wat luguber, Roald Dahl-achtig verhaaltje te zijn geworden, waarmee ik de plaatjes aan elkaar had geregen.

    Maar het grappigste aan dit hele verhaal hoorde ik pas een aantal jaren geleden van mijn vader. Wat bleek: ik had de kaartjes in een volgorde neergelegd die volgens het model niet bestond. Die volgorde kon niet. De psychologe kon er niks mee, want ik had de opdracht niet begrepen.
    Met terugwerkende kracht denk ik dat het een staaltje creatief denken en schrijven op jonge leeftijd aantoonde, maar dat werd helaas niet opgepikt.

    Als ik tegenwoordig hoor dat iets ‘niet de bedoeling is’, moet ik altijd terug denken aan dat onderzoek. Vervolgens geef ik een minzaam glimlachje en ga lekker gewoon door met m’n eigen bedoeling.

  6. De bedoeling is orde creëren maar creëer uiteindelijk chaos.

    Ben nooit helemaal bewust van de relaties die veel belangrijker zijn voor vele dan de beste oplossing en alles en iedereen over me heen…

  7. Brugklas VWO, ik had nog echt geen besef van mijn anders-denken, maar wist wel dat ik testjes en puzzels heel leuk vond. We kregen wiskunde en dat was super! Logica gebruiken om problemen op te lossen, heerlijk! De leraar begon op gegeven moment met het introduceren van ‘onbekende factoren’, zoals de letters A en B. Hij legde uit dat je dus een vergelijking kon oplossen zoals A+3=5. En B-7=4. Je hebt dan voldoende bekende getallen om de onbekende te bepalen. Maar dat het dus onmogelijk was om te bepalen wat de uitkomst zou zijn van A+B. Tenslotte waren die beide onbekend.
    De hele klas knikte braaf ‘ja’. Logisch, toch? Maar niet voor mij, ik had het licht gezien en stak mijn vinger op. “Meneer, ik denk dat ik een oplossing weet”. Verbaasd en een beetje glimlachend, keek de leraar mij aan. “Oja?”. “Ja meneer. A+B=C!!! Tenslotte weet je ook niet wat C is, toch? Dus het klopt altijd!”
    Tja, dat was natuurlijk nog niet aan de orde in de brugklas, dit niveau van abstract denken en mijn antwoord werd weggewuifd.
    Destijds vond ik het alleen maar erg jammer dat de leraar niet verder wou gaan met mijn antwoord, maar weer terug naar A+3=5, want dat was echt te simpel voor mij.
    Maar later begreep ik pas, dat ik gewoon mijn tijd ver vooruit was.

  8. Ja weer zo herkenbaar Adrienne. Elke maand komen we met een groepje online samen om elkaars gedichten te bespreken. Dan lezen we eerst en bespreken nadien om beurten elk gedicht, naar vorm en inhoud, met respect en uiteraard als dat voor onszelf ook ok voelt. Ik was de laatste in de rij bij één van de gedichten, dat, volgens iedereen die mij voorging, duidelijk over een huwelijk ging. En toen kwam ik aan de beurt. Ik vond dat helemaal niet over een huwelijk gaan, wél over een bakje aardbeien, zelfs de kleur en de geur en het dicht op elkaar samenliggen met een kroontje op. Hilariteit én bijzonderheid. Ik vind het dan vaak lastig dat ik weer anders in het leven sta, anders bedraad ben én in zoveel dingen, (kan het dan nooit eens gewoon gaan … neen dus) en mijn medepoëten zeggen dan maar dat is toch geweldig dat jij dat weer anders ziet.

  9. Hoe herkenbaar weer, Adrienne.
    Op de middelbare school was een examenopdracht Nederlands: “Kies een van de tien titels en schrijf een opstel. Kies uit deze twee onderwerpen: Amnesty International en Greenpeace, en schrijf een brief aan een vriend/kennis om hem te overtuigen daar lid van te worden.”
    Dat deed ik dus.
    Eerst schreef ik een opstel over een van de tien titels. Dat schreef ik in het net over toen het klaar was.
    Toen koos ik Greenpeace, en schreef een hartstochtelijke brief aan een vriendin waarin ik haar zéker zou overtuigen.
    Nadat ik ook deze zorgvuldig van alle spel- en slordigheidsfoutjes had ontdaan en het in het net had overgeschreven keek ik op, en ontdekte tot mijn stomme verbazing dat de zaal al nagenoeg léég was. Normaal was ik als een van de eersten klaar met mijn opstellen…HUH?
    Met een rood hoofd van de concentratie en verwarring verliet ik de zaal en informeerde eens bij de anderen.
    Mijn Nederlands leraar en mede-studenten waren verbaasd dat ik de opdracht zo had opgevat.
    Maar mijn (lieve) Nederlands docent keek ze allebei met de normale normering na en beeordeelde ze met twee hoge cijfers. Omdat ik eigenlijk per opdracht slechts de helft van de tijd had, mocht ik toen kiezen, welke als mijn examenwerk zou meewegen. Dat was niet moeilijk; kiezen tussen een 8,5 en een 9….
    Maar vaker werd mijn andere manier van iets begrijpen minder gewaardeerd. En volgens de standaard normeringen misschien terecht? Dat betrof een geschiedenis opdracht:
    Geschiedenis was mijn zwakste vak. Ik begreep (en begrijp nog steeds) NIETS van oorlogen, van de beweegredenen om conflicten aan te gaan, van machtsstrijd en godsdienstoorlogen. Ik zag (en zie) zóveel keerzijdes, andere invalshoeken, meestal door liefde ingegeven, argumenten om géén oorlog te voeren… Het duizelde me vaak, al die m.i. “rare” verhalen. Mijn geschiedenisleraar had een vaste lijfspreuk: “De jaartallen moet je kennen! Die zijn de kapstok waar de hele geschiedenis aan wordt opgehangen”.
    En dat erin stampen: cijfertjes…dat lukte me niet.
    Dus een keertje gedoubleerd op een 4 voor geschiedenis.
    Nóg maar eens geprobeerd. Ik ben wél een volhouder gelukkig. En toen greep het gelukkige lot in, en werd de Multiple Choice uitgevonden en uitgetest in het onderwijs als officiele examineermethode. Het was in 1970, dát jaartal weet ik nog wél, haha!
    Mijn eerste meerkeuze-geschiedenisrepetitie was een fluitje van een cent; ik haalde zonder enige moeite een 8! Mijn tweede doublure was voorkomen! Hoera! En waarom lukte het me nu wel? Omdat ik uit de manier van vraagstelling de antwoorden logischerwijs kon concluderen. De vragen borduurden (ja…:voor wie het zág) dóór op de juiste antwoorden van de vragen ervóór.
    Mijn geschiedenisleraar merkte op tijdens het uitdelen van de repetities: “Zo, dit was dus een test. Multiple choice. Nou dat was de éérste maar ook de láátste keer dat ik hieraan meewerk! Want als Marijke van Ekeren een 8 haalt, dan deugt er niets van de hele systeem!”
    En zo ken ik nog heel veel voorbeelden.. nú zíe ik ze…en kan ik ze plaatsen…en frustreren ze me niet meer… Want dit soort dingen gebeuren nog bijna dagelijks.

    Adrienne, herkenbaar weer: je blog. En weer geeft het me de erkenning die ik zoek. En rust. Dank daarvoor.

    1. Dankjewel Marijeke voor het delen van jouw persoonlijke ervaring. Het valt inerdaad niet altijd mee, om het ”goed” te willen doen. Fijn dat je er nu anders tegenaan kijkt en het je ook niet meer frusteren kan.

    2. Heel herkenbaar, dat je MC-toetsen kunt halen op basis van de toets zelf. Ik begrijp werkelijk niet dat blijkbaar niemand dat inziet en je op die manier met een klein beetje kennis van een bepaald onderwerp, met gemak een voldoende kunt halen.

  10. Ik weet nog dat ik in een les pedagogie een oplossing voor een bepaalde situatie beschreven had die volgens de docent niet correct was. Toen ik uitlegde dat het goed kon zijn dat dat kind in de voorgeschreven situatie zo reageerde om een bepaalde reden die ik daarin zag was het wel goed. Gelukkig kon ik het toen mondeling staven. Maar vaak heb of krijg ik niet de mogelijkheid het helemaal uit te leggen en worden ´oplossingen´ en ideeën als niet correct bekeken of een beetje gek zelfs. Pas als het effectief uitgewerkt kan worden of uitgelegd kan worden krijg ik vaak een ´aja, zo bedoel je-reactie´. Dus ja, ik denk mezelf zeker te herkennen in jouw voorbeeld.

  11. Door schade en schanden wijzer. Ik merk dat wanneer ik aan een nieuwe functie begin (en dat zijn er in de loop der jaren een heleboel geweest) ik als eerste vraag wat precies de bedoeling is. Je krijgt dan hele merkwaardige gezichten van je collega’s, alsof je niet goed bij je hoofd bent. Maar inderdaad, mijn focus lag altijd op dat wat niet de bedoeling was. Na het lezen van jouw stukje ga ik daar weer lekker mee beginnen. Ik ben benieuwd wat het gaat opleveren.

  12. Oh wat heerlijk herkenbaar XD En mooi dat dit nu ook word genoemd dat dit ook positieve gevolgen kan hebben, dus je door moet blijven gaan met dingen “die niet de bedoeling zijn”. Dat doet mij oprecht goed om te horen..!

    Ik heb mede van mijn docenten bij mijn selectie dag (zes jaar geleden) al eens terug gekregen dat mijn manier niet fout was of dat mij gevraagd werd waarom ik dacht dat ik het niet goed had gedaan. Bijvoorbeeld die dag mochten we met klei op het schoolbord een werkje maken en IEDEREEN was “zo slim geweest” om het beeld zo te maken, dat de kijker meteen kon zien wat het moest voorstellen. Maar ik was zo in mijn hum om een “shrek” te maken, dat ik uit enthousiasme een shrek had gemaakt die naar beneden keek! De kijker kon dus in eerste instantie niet zien dat het Shrek was, dus had ik er met krijt een groen ballonnetje om getekend. Nee, alleen voor mijn werk moest iedereen op zijn hurken gaan om te zien dat het Shrek was. Ik heb erg vaak zulke momenten gehad als in de blog en in mijn voorbeeld. Dan is mijn antwoord of uitwerking “niet de bedoeling, maar ook niet fout”. En ik wilde tot 2 jaar geleden niet opvallen, dus schaamde ik mij elke keer, als weer per ongeluk zo’n situatie voorkwam. Het doet mij goed te horen dat ik gwn door mag blijven gaan en daar ben ik ook mee bezig. Ik kan mijzelf en mijn brein al een beetje meer begrijpen en omarmen en hopelijk lukt het de mensen die dit lezen ook uiteindelijk 🙂 Het is oprecht soms ook wel leuk om zo’n brein als de onze te hebben hahaha!

  13. Hoe herkenbaar. Ik heb op de middelbare eens een boekverslag moeten doen (wie niet, haha) voor zowel Engels als Nederlands. Een uniek idee had ik, in plaats van een boekverslag in een saai mapje op a4 formaat te typen, bedacht ik om een boekverslag in de vorm van een klein boekje te maken!

    Nergens stond dat dit niet mocht. Alles wat er in moest zitten (kaft, inhoudsopgave, etc.), zat er in. Alleen het was een klein boekje op a5 formaat ongeveer, met een kleurrijke -zelf getekende- kaft en de titel van ‘het boekje’ was gewoon ‘Boekverslag’.
    Enorm veel werk aan beide boekjes gehad, maar dat maakte niet uit, ik genoot er zo van dat mijn ouders mij het bed in moesten dirigeren toen ik er s avonds laat nog aan werkte.

    Toen het tijd was om het in te leveren, kwam eerst de Engelse les. Een kind vond het super, zo leuk gedaan! De rest keek raar op. Maar de docent (een geweldige vrouw, die buiten de lijntjes kleurde wanneer het de leerlingen ten goede kwam) vond het geweldig! Ze prees mij om hoe uniek het was, hoe leuk gedaan, zo creatief. Bladerde er vluchtig doorheen of alles er in zat en schreef er ter plekken een grote 10 op. Fantastisch vond ik het!

    Toen de Nederlandse les. Deze docente had een, in mijn ogen aparte reactie. Ze zag het, begon heel hard te lachen en zei toen; ‘Ja maar hier kan ik geen cijfer voor geven.’ -Ze had het nog niets eens geopend…- ‘Als je het zo inlevert, krijg je een 4.5 van me. Anders moet je zorgen dat er aan het eind van de dag een andere versie ligt.’
    Ik was hier al een beetje vanuit gegaan, mijn ouders hadden mij aangemoedigd mijn eigen idee te volgen, maar voelde mijn twijfel omdat men wel vaker ‘minder enthousiast’ was over mijn ideeen. Daarom hadden ze geopperd; maak ze op jou manier, en dan printen we er ook twee ‘gewone’ uit. Die in een saai mapje. Als het dan niet goed is, kun je die inleveren. Dat stelde mij toen der tijd gerust. Maar nu ik de juf zo hoorde lachen.. mij uit lachend, dacht ik direct; Bekijk het maar. Dan maar een 4.5! Ik sta achter mijn werk.
    Ik ben dan blijkbaar wel hoogbegaafd, maar ook dyslectisch. Engels was gek genoeg mijn beste vak, maar Nederlands zeker niet. Ik heb toen ontzettend hard moeten werken om mijn gemiddelde weer hoog genoeg te krijgen dat ik over mocht naar de volgende klas.

    Dus of het een verstandige keuze was..? Nee. Waarschijnlijk niet. Maar het voelde wel veel beter dan zwichten!

    1. Wat geweldig hoe jouw ouders en die Engelse juf jouw creatieve ideeën steun(d)en! En wat tof dat jij toch bij jouw eigen boekwerk bleef en die 4.5 eigende! Ja het maakte het misschien moeilijker daarna, maar het vergt veel moed om toch bij jouw eigen idee te blijven en met die consequenties te dealen zoals jij hebt gedaan! Lijkt mij ook dat dit een leukere herinnering is, dan als jij wel dat saaie mapje had ingeleverd iig!

    2. Wat fijn dat je ouders zo met je mee hebben gedacht hierin en je ook steunden. Dat moet voor jou als kind ook een geruststelling zijn geweest!

  14. Haha, ik heb het ooit bij een praktijkexamen geflikt.
    Na het onderzoek, de conclusie delen met de examinatoren op deze manier:
    – Nou, als ik het uitleg zoals ik heb geleerd zou het ‘zus en zo’ moeten zijn.
    – Maar, zelf denk ik dat het toch anders werkt en dat het ‘dit en dat’ is.

    Ik kon me wel voor mn kop slaan voor mn grote bek.
    Dat werd zakken!
    Maar het werd een 8,6 😇😂

  15. Ik geef klassieke talen op een middelbare school. Ik heb net de eindexamens nagekeken. Dit jaar was er een hoog gehalte aan vragen waar ik van in de knoop raakte, of totaal verkeerd begrepen had. Ik probeerde deze zorgen te delen met collega’s, maar een groot deel vond de vragen juist heel goed geformuleerd.
    Ik heb me echt door het nakijkwerk heen moeten slepen. Zoveel goede antwoorden, vaak vergelijkbaar met hoe ik het had opgeschreven, maar toch fout omdat het antwoordmodel iets anders had bedacht en mijn optie er niet tussen stond. Het maakte me wel verdrietig eerlijk gezegd. Deze toets strafte je als je anders denkt (ook de langzamere leerlingen overigens).
    Gelukkig kan ik in mijn lessen lekker mezelf zijn en vind ik mijn uitdaging in uitvogelen hoe leerlingen aan hun eigen unieke antwoorden komen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *