Executieve functies

Je bent nu hier:
< Terug naar alle onderwerpen

Regelmatig wordt de term executieve functies benoemd in combinatie met hoogbegaafdheid. Maar er is nog best wat onduidelijkheid en verwarring over wat deze functies nu precies inhouden en wat de link is met hoogbegaafdheid.

Als we het heel simpel maken, dan zijn executieve functies de hersenprocessen die te maken hebben met de uitvoering van wat we doen. Onze executieve functies zorgen ervoor dat we ons gedrag bewust kunnen sturen. De term is daarbij afgeleid van het Engelse woord: to execute: wat ook uitvoeren betekent. Dat is meteen een handige manier om het te onthouden. 

Executieve functies zijn dus hogere controle- en denkprocessen die nodig zijn om activiteiten en benodigde acties te plannen en aan te sturen. Je kunt ze zien als een manager van een bedrijf die ervoor zorgt dat dingen efficiënt en doelgericht verlopen. Daarom is het belangrijk dat deze functies goed ontwikkeld zijn.

Wat zijn executieve functies?

Executieve functies kun je onderverdelen in meerdere functies. En alhoewel er meerdere uiteenlopende indelingen te vinden zijn, komen de meeste indelingen overeen dat er drie hoofd executieve functies zijn, namelijk: inhibitie, werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit.

Inhibitie maakt het mogelijk om impulsen te onderdrukken. Het gaat om de mate waarin je je eigen gedrag kunt uitstellen, afremmen of stoppen. Je wilt bijvoorbeeld graag eten, maar je wacht eerst tot iedereen zit. Je wilt graag je social media bekijken, maar je maakt eerst even je werk af. Of je wilt graag iets zeggen, maar je wacht even tot iemand is uitgepraat. Bij kinderen is dit nog volop in ontwikkeling. Daarom is het voor hen soms nog moeilijk om hun impulsen te onderdrukken.

Werkgeheugen is de tijdelijke opslagcapaciteit van ons brein. Je gebruikt je werkgeheugen als je bijvoorbeeld iets aan het uitdenken bent of als je een rekensom in je hoofd maakt. In je werkgeheugen selecteer je informatie, je houdt deze informatie tijdelijk vast zodat je ermee kunt werken, en het kunt bewerken, en je verbindt het met kennis uit je langetermijngeheugen.

Cognitieve flexibiliteit maakt het mogelijk om je te kunnen aanpassen en om snel te schakelen als iets verandert. Denk aan de situatie waarin iets onverwachts gebeurt of niet doorgaat. Je had bijvoorbeeld het plan om naar een museum te gaan, maar als je voor de deur staat blijkt het dicht te zijn en moet je een ander plan bedenken. Of je was bezig met een belangrijke opdracht en je wordt gebeld met een urgent probleem waar je meteen op moet inspelen en waardoor je je eigen werk aan de kant moet leggen. Cognitieve flexibiliteit betekent dat je niet helemaal van slag raakt als er plotseling iets wijzigt in je omstandigheden of activiteiten. Hoogbegaafde kinderen die wat angstiger zijn, zullen hier bijvoorbeeld veel moeite mee hebben.

Andere veelgenoemde executieve functies:

Naast deze hoofd executieve functies zijn andere veelgenoemde executieve functies:

  1. Planning, prioritering en organisatie: wat ga ik doen en hoe doe ik dat? Het draait hierbij om de vaardigheid om een plan te bedenken zodat je een doel kunt bereiken of een taak kunt voltooien. En het gaat over het nemen van beslissingen over wat belangrijk en wat niet belangrijk is. Organisatie draait daarbij om het volgens een bepaald systeem arrangeren of ordenen van informatie en je werk. Als deze functie niet goed ontwikkeld is, zul je het moeilijk hebben om een plan te maken waarbij je op tijd begint en de werklast verdeelt. Je zul dan eerder herkennen dat je last-minute begint en dan een sprintje moet trekken om een deadline te halen. 
  2. Aandacht richten, volhouden, verdelen: het vermogen om ergens je aandacht bij te houden, ondanks afleidingen, vermoeidheid of verveling. Als deze functie onderontwikkeld is, heb je moeite met focus, ben je snel afgeleid en kun je jezelf er niet toe aanzetten om ergens mee bezig te blijven als het je niet voldoende interesseert.
  3. Metacognitie: het vermogen om uit te stappen, om jezelf en de situatie te overzien en om te bekijken hoe je een probleem aanpakt. Het gaat daarbij om zelfmonitoring en zelfevaluatie. In de basis is het denken over wat je doet, kijken of dat goed gaat en bijstellen indien nodig. Als dit niet voldoende ontwikkeld is, zul je het moeilijk vinden om bijvoorbeeld je eigen aandeel in iets te zien en om te herkennen waar je bij te sturen hebt.
  4. Zelfregulatie/emotieregulatie: het vermogen om emoties te reguleren en bijbehorend gedrag te controleren. Je wordt bijvoorbeeld boos, je hebt de neiging om met iets te gooien, maar je doet het niet. Als deze functie onderontwikkeld is, handel je sneller op emoties en zul je impulsievere gedragingen vertonen: je gooit met een kopje omdat iemand iets vervelends zegt, je slaat met je vuist op tafel omdat je iets oneerlijk vindt, of je valt iemand in de armen omdat deze persoon iets aardigs voor je deed.
  5. Taakinitiatie: het vermogen om zonder dralen met projecten te beginnen, op tijd, op efficiënte wijze. Als deze functie niet voldoende ontwikkeld is, zul je het moeilijk vinden om ergens aan te beginnen. Er is altijd wel iets wat je dan nog eerst moet doen: eerst nog even iets opzoeken, even de juiste pen zoeken, even buiten een wandelingetje maken, etc.
  6. Timemanagement: het vermogen om in te schatten hoeveel tijd je hebt, hoe je die kunt indelen en hoe je je aan tijdslimieten en deadlines kunt houden. Als deze functie niet voldoende ontwikkeld is, zul je basis taken en activiteiten niet kunnen inschatten op de hoeveelheid tijd die je ermee bezig zult zijn. Je denkt dat iets een uurtje duurt, het duurt uiteindelijk een hele dag. Hierdoor kun je in tijdsnood komen. Je komt bij een slecht timemanagement ook regelmatig te laat op belangrijke afspraken.
  7. Doelgericht doorzettingsvermogen: het vermogen om een doel te formuleren, dat te realiseren en daarbij niet afgeleid of afgeschrikt te worden door andere behoeften of tegengestelde belangen. Als deze functie onderontwikkeld is, zul je het moeilijk hebben om bijvoorbeeld kortetermijnplezier aan de kant te schuiven zodat je jouw doel kunt bereiken.

Wanneer zijn executieve functies nodig?

Executieve functies zijn activiteiten waarbij een routinematige aanpak of routinematig gedrag niet voldoende is. In bepaalde situaties doe je daarom vooral een beroep op jouw executieve functies om te komen tot een prestatie. Denk aan:

  1. Situaties waarbij planning en besluitvorming vereist is
  2. Situaties waarbij bijsturing en foutencorrectie van gedrag nodig is
  3. Nieuwe vormen van gedrag of nieuwe opeenvolgingen van handelingen
  4. Gevaarlijke of technisch moeilijke situaties
  5. (Nieuwe) situaties waarbij ingeroest gedrag of gewoontes moeten worden doorbroken

Executieve vaardigheden van hoogbegaafden

Executieve functies moeten geoefend worden om ze te kunnen beheersen. Je ontwikkelt deze functies als kind en als volwassenen blijf je ze verfijnen.

Als hoogbegaafden kun je bepaalde zwakke executieve functies hebben omdat sommige functies onderontwikkeld zijn gebleven. Zo loop je bijvoorbeeld voor in je ontwikkeling, waardoor je de lesstof sneller onder de knie had en je werk sneller afhad. Dat betekent dat je minder kans kreeg om te oefenen met het plannen en organiseren van je werk. Hierdoor ontstaan dan uiteindelijk problemen in situaties waarin je deze executieve functies wel nodig hebt.

Daarnaast kun je het als hoogbegaafde extreem moeilijk vinden om je aandacht ergens bij te houden als het niet je interesse heeft en het je niet voldoende intellectueel prikkelt. Tegelijkertijd kun je juist heel goed je aandacht richten en volhouden op iets wat wel jouw interesse heeft. Het verdelen van je aandacht kan dan nog wel moeilijk zijn. Zodra iets jouw interesse heeft, kun je jezelf er helemaal in verliezen en de wereld om je heen bestaat dan even niet. Hiervoor kun je als hoogbegaafde nog weleens afgestraft worden en opmerkingen krijgen als: ‘Je luistert niet’, of ‘Je hebt alleen maar aandacht voor wat jij belangrijk vindt’.

Executieve functies bepalen in hoge mate je schoolsucces en ook je succes in het werkende leven. Je kunt namelijk heel intelligent zijn, maar als je afgeleid wordt door elke externe of interne prikkel, wordt leren, concentreren en doelgericht werken een stuk moeilijker. En als je moeite hebt met plannen en timemanagement, zul je regelmatig in de knoei komen met wat je moet doen en dat dan op tijd afhebben.

Optimaal benutten van executieve vaardigheden

Om je executieve vaardigheden optimaal te benutten, is het goed om eerst te onderzoeken met welke executieve functies je het nu moeilijk hebt. Waar herken je dat je vaak tekortschiet? Hier vind je namelijk een groeimogelijkheid. Vanuit dat inzicht kun je bepalen wat je, waar mogelijk, alsnog gaat verbeteren door ermee te oefenen.

Merk je bijvoorbeeld dat je moeite hebt met plannen, organiseren of prioriteiten stellen? Kies dan een kleine activiteit of doel uit waarbij je een bepaalde mate van planning nodig hebt. Vanuit een klein doel bouw je steeds meer op naar grotere doelen die meer planning vereisen. Je leert daarbij ook meteen meer over timemanagement: het beter kunnen inschatten van hoeveel tijd iets jou kost. Daarbij is het wel belangrijk om je te realiseren dat je als hoogbegaafde vaak creatieve en vernieuwende ideeën hebt. Bij iets wat creatief en nieuw is, is het moeilijk in te schatten hoelang het duurt. Het creatieve proces verloopt niet lineair en is niet geheel voorspelbaar. Dat betekent dan dus niet dat je slecht bent in timemanagement.

Prioriteiten stellen en beslissingen nemen

Als je moeite hebt met prioriteiten stellen en beslissingen nemen, is het waardevol om duidelijk te hebben wat voor jou belangrijk is en wat belangrijk is voor jouw baas in de werkomgeving. Als je bijvoorbeeld waarde hecht aan tijd met je gezin, dan is dit een belangrijke prioriteit voor je. Als jij van je baas te horen krijgt dat een code rood betekent dat je je eigen werk moet laten liggen om de code rood op te lossen, dan is dit automatisch je grootste prioriteit en bestaat er geen twijfel over wat prioriteit heeft in die situatie. Zo creëer je voor jezelf kaders waardoor je gemakkelijker prioriteiten kunt stellen en beslissingen kunt nemen.

Wat betreft het richten, vasthouden en verdelen van aandacht kun je gaan onderzoeken bij welke activiteiten dit jou gemakkelijk afgaat en bij welke activiteiten dit moeilijker gaat. Hierdoor leer je meteen wat jij blijkbaar interessant vindt en wat past bij jou. Om te voorkomen dat je jouw aandacht ergens in verliest kun je voor jezelf bepaalde checks inbouwen. Zet bijvoorbeeld een wekker. Of vraag iemand je te komen roepen na een afgesproken tijd. Soms is het ook een kwestie van zelfkennis en op basis van die zelfkennis bepaalde mechanismes invoeren die jou ondersteunen in wat je moeilijk vindt.

Routines inbouwen

Als je moeite hebt met bepaalde executieve functies, is het bovendien waardevol om meer routines in te bouwen. Routines ontlasten namelijk de druk op jouw executieve functies.

Erken daarnaast ook welke executieve functies je al wel goed beheerst. Want het kan natuurlijk net zo zijn dat je juist heel goed bent in bepaalde executieve functies. Hoogbegaafdheid betekent niet automatisch dat jouw executieve functies onderontwikkeld zijn gebleven. Misschien ben jij zelfs wel een kei in plannen, of misschien is bij jou de metacognitie bovengemiddeld goed ontwikkeld en misschien heb jij een ijzersterke focus. Zorg dat je ook dit weet van jezelf. Want daar kun je dan juist je voordeel mee doen op gebied van werk en het dagelijks leven. Ontdek welke activiteiten een beroep doen op de functies die jij goed ontwikkeld hebt zodat je deze nog meer kunt benutten.

Veel gestelde vragen over executieve functies:

Wat zijn executieve functies?

Executieve functies zijn hersenprocessen die te maken hebben met de uitvoering van wat we doen. Onze executieve functies zorgen ervoor dat we ons gedrag bewust kunnen sturen. De term is daarbij afgeleid van het Engelse woord: to execute: wat ook uitvoeren betekent. Dat is meteen een handige manier om het te onthouden.

Wanneer zijn executieve functies nodig?

Situaties waarbij planning en besluitvorming vereist is; Situaties waarbij bijsturing en foutencorrectie van gedrag nodig is; Nieuwe vormen van gedrag of nieuwe opeenvolgingen van handelingen; Gevaarlijke of technisch moeilijke situaties; (Nieuwe) situaties waarbij ingeroest gedrag of gewoontes moeten worden doorbroken.

Vorig artikel De rol van intelligentie in hoogbegaafdheid
Volgend artikel Hoe weet ik dat ik hoogbegaafd ben?
Inhoud