De voor- en nadelen van hoogbegaafdheid testen bij je kind

Je bent nu hier:
< Terug naar alle onderwerpen

Herken je kenmerken van hoogbegaafdheid bij jouw kind en overweeg je om dit officieel te laten testen? Dan is het goed om eerst jezelf te verdiepen in wat dat met zich meebrengt en of het ook echt nodig is. In dit artikel ontdek je de voordelen en nadelen van het testen.

WAAROM IS EEN TEST NODIG?

Wanneer je vermoed dat jouw kind hoogbegaafd is, kan een test dit vermoeden bevestigen. De vraag is alleen in hoeverre dat nodig is. Is het testresultaat bijvoorbeeld nodig voor school om zo passende ondersteuning te krijgen of naar een bepaalde school te kunnen? Is het nodig om te voorkomen dat er (onterecht) een diagnose voor een gedragsstoornis wordt gegeven? Of is het meer voor de eigen gemoedsrust?

Het is belangrijk eerst te achterhalen wat de motivatie achter het testen is. De uitkomst van de test heeft namelijk ook gevolgen. Het is aan te raden om je eerst goed in te lezen in wat hoogbegaafdheid is, wat de kenmerken zijn en hoe je het kunt herkennen. Lees ook dit artikel: hoogbegaafdheid bij kinderen.

Wanneer er gesproken wordt over een mogelijke gedragsstoornis, is het overigens extra belangrijk om als ouder de mogelijkheid van hoogbegaafdheid mee te laten nemen wanneer je daar vermoeden van hebt. Hoogbegaafdheid laat zich namelijk niet altijd zien in de vorm van positieve resultaten. Er worden ook nog te vaak conclusies getrokken op basis van gedragingen waardoor misdiagnoses worden afgegeven.

HOE KUN JE JOUW HOOGBEGAAFDE KIND TESTEN?

Om hoogbegaafdheid officieel te kunnen testen, is op de eerste plaats een IQ-test nodig. Onderdeel van hoogbegaafdheid is namelijk een bovengemiddelde intelligentie, wat zich vertaalt naar een IQ score van 130+. Afhankelijk van hoe oud jouw kind is, wordt één van de volgende intelligentietesten afgenomen om dat te testen:

  • WPPSI-III (Wechsler Preschool and Primary Scale of Intelligence) is bedoeld voor kinderen onder de zes jaar. Met deze test wordt de verwerkingssnelheid gemeten en het geeft een beeld van de verbale en performale capaciteit.
  • SON-R (Snijders-Oomen niet-verbale intelligentietest) wordt afgenomen wanneer een kind het WPPSI-III onderzoek al eens heeft gedaan of de Nederlandse taal niet beheerst. Het is een non-verbale intelligentietest die ook het redeneervermogen kan vaststellen.
  • WISC-III of WISC-V (Wechsler Intelligence Scale for Children) wordt gebruikt voor kinderen ouder dan 6 jaar. Deze test meet de verbale en performale capaciteiten. Dit gebeurt aan de hand van vragen en opdrachten die beantwoord en uitgevoerd moeten worden. De opdrachten en vragen worden lastiger naarmate de test vordert. Omdat de WISC-V in vergelijking de meeste verschillende cognitieve capaciteiten kan testen, heeft deze vaak de voorkeur.
  • RAKIT-2 (Revisie Amsterdamse Kinder Intelligentietest) geeft naast het totale IQ ook informatie over de scores op de vier verschillende factoren: perceptueel redeneren, verbaal leren, ruimtelijke oriëntatie en verbale vlotheid. Bij de RAKIT-2 worden meer visuele materialen gebruikt dan bij de Wechsler test en er wordt meer onderscheidt gemaakt tussen het verwerken van informatie en het opnemen en gebruiken ervan.

Het verschil tussen verbale en perforatie intelligentie is overigens dat verbale intelligentie betrekking heeft op het jezelf kunnen uitdrukken door middel van mondelinge taal. De performale intelligentie heeft betrekking op het vermogen om handelingen uit te voeren die niet of nauwelijks met taal te maken hebben.

Bij kinderen, zowel hoogbegaafd als niet hoogbegaafd, kan er een intelligentiekloof aanwezig zijn. Dit betekent dat de verbale en performale IQ-score meer dan 15 punten uit elkaar liggen. Dit hoeft geen probleem te zijn en kan ook in de ontwikkeling nog rechtgetrokken gaan worden. In sommige gevallen kan het wel leiden tot problemen. Bij hoogbegaafde kinderen kan er bijvoorbeeld een verbale voorsprong zijn waardoor ze wijs overkomen en daardoor overvraagd worden op gebied van handelende taken. Dit kan leiden tot frustratie en driftaanvallen.

HOOGBEGAAFDHEID IS MEER DAN ALLEEN INTELLIGENTIE

Naast intelligentie spelen ook persoonlijkheidskenmerken mee in de bepaling of er sprake is van hoogbegaafdheid. Daarom is het belangrijk dat er bij een onderzoek naar hoogbegaafdheid ook gekeken wordt naar niet-cognitieve persoonlijkheidsfactoren. Denk hierbij aan creativiteit, werkhouding en prestatiemotivatie, sociaal-emotionele ontwikkeling en kenmerken, executieve functies en metacognitieve vaardigheden. Executieve functies zijn de hogere denkprocessen die nodig zijn om activiteiten te plannen en aan te sturen en metacognitieve vaardigheden hebben betrekking op de kennis en vaardigheden om het eigen denken, handelen en leren te organiseren, te sturen en te controleren.

Daarnaast moet ook de omgeving van een hoogbegaafd kind worden meegenomen omdat de omgeving de ontwikkeling kan beïnvloeden en ook de mate waarin de aanwezige intelligentie en potentie tot uiting kan komen.

Als je meer wilt lezen over wat hoogbegaafdheid is en wat de hoofdkenmerken zijn, dan kun je hier meer lezen over het AIS-model wat we bij Gifted People gebruiken om hoogbegaafdheid te definiëren. Wij zien intelligentie overigens als een belangrijk kenmerk en onderdeel, maar een IQ score van onder de 130 sluit niet uit dat er sprake is van hoogbegaafdheid. Daarover meer in het kopje ‘Nadelen van het testen op hoogbegaafdheid’.

VOORDELEN VAN HET TESTEN

Het testen op hoogbegaafdheid kan een aantal voordelen meebrengen. Je kunt hierbij onder andere denken aan de volgende:

  1. Voorkomen van misdiagnoses;
  2. Meer mogelijkheden voor passende ondersteuning;
  3. Duidelijkheid over de achtergrond van gedrag en problemen

1. Voorkomen van misdiagnoses

Bepaalde kenmerken en uitingen van hoogbegaafdheid in een niet-passende omgeving, kunnen leiden tot misdiagnoses omdat ze verward kunnen worden met symptomen van een gedragsstoornis. Veelvoorkomende misdiagnoses bij hoogbegaafden zijn: Aandachtsdeficiëntie/ hyper activiteitsstoornis (ADD/ADHD), Autismespectrumstoornis (ASS), Oppositionele-opstandige gedragsstoornis (ODD), Obesessive compulsieve stoornis (OCD) en Depressieve stoornissen.

Een belangrijke nuance die vaak gemaakt kan worden tussen gedragsstoornissen en hoogbegaafdheid is dat hoogbegaafden het kenmerkende gedrag situatiegebonden vertonen. ADHD’ers hebben bijvoorbeeld in vrijwel alle situaties moeite om zich te concentreren en worden snel afgeleid. Hoogbegaafden hebben vooral moeite hun aandacht erbij te houden als ze geen interesse hebben in een bepaald onderwerp of er het nut niet van inzien. Zodra er een onderwerp behandeld wordt wat wel hun interesse heeft, laten ze juist een lange aandachtspanne zien.

Een kind met ASS heeft moeite met non-verbale communicatie, begrip van sociale situaties en moeite met het aangaan en gaande houden van gesprekken. Hoogbegaafde kinderen vinden het soms moeilijk om aansluiting te vinden met leeftijdsgenoten wat leidt tot gedrag passend bij ASS, maar in contact met ontwikkelingsgelijke of volwassenen, vertonen ze dat gedrag niet.

Omdat hoogbegaafden intens, gedreven en perfectionistisch zijn, wordt hun gedrag soms onterecht geïnterpreteerd als symptomen van ODD of OCD (oppositionele-opstandige gedragsstoornis of obesessive compulsieve stoornis). Ook hierbij geldt dat de omgeving een doorslaggevende rol speelt in het tot uiting komen van bepaald gedrag.

Een kind dat zich lange tijd moet aanpassen, kan daarnaast depressieve gevoelens ontwikkelen. Wanneer er meer aandacht komt voor het anders mogen zijn en een kind zijn of haar eigenheid meer naar buiten kan brengen, zullen deze depressieve gevoelens meestal al snel verdwijnen.

Het laten testen van hoogbegaafdheid kan voorkomen dat er een misdiagnose wordt gesteld. Dat voorkomt dat er behandeld wordt voor een stoornis die er niet is.

2. Meer mogelijkheden voor passende ondersteuning

In bepaalde gevallen wordt door school gevraagd om een bevestiging van hoogbegaafdheid voordat er mogelijkheden zijn om deel te nemen aan bijvoorbeeld verrijkingsprogramma’s of plusklassen. Dan is het nodig om een hoogbegaafdheidsonderzoek te doen wat uitsluitsel kan geven.

Bij ‘dubbel bijzonder’ leerlingen kan het vaststellen van hoogbegaafdheid meebrengen dat er meer aandacht wordt gegeven aan het ontwikkelen van het aanwezige potentieel dat nu vanwege de leerbelemmering niet tot uiting heeft kunnen komen. Daarvoor is zowel ondersteuning voor de hoogbegaafdheid als de leerbelemmering nodig. Hetzelfde geldt bij een combinatie van hoogbegaafdheid en een gedragsstoornis.

Het testen van hoogbegaafdheid kan in deze zin bijdragen aan de mogelijkheid om passende begeleiding te ontvangen voor jouw kind. Het zorgt er bovendien voor dat je kunt aantonen dat er sprake is van hoogbegaafdheid waardoor je door school, soms ook door de omgeving, serieuzer wordt genomen. Helaas is het nog steeds zo dat mensen vooroordelen hebben over hoogbegaafdheid en daarom denken dat ‘iedereen wel wil dat zijn of haar kind hoogbegaafd is’.

3. Duidelijkheid over de achtergrond van gedrag en problemen

Waneer uit de IQ-test een bovengemiddelde score komt of het begaafdheidsonderzoek aantoont dat er sprake is van hoogbegaafdheid, kan dit veel rust en inzicht bieden. Het kan jou helpen om jouw kind beter te begrijpen en zorgt ervoor dat je sterker staat ten opzichte van school. Zeker als de hoogbegaafdheid niet naar voren kwam in de schoolresultaten. Ook voor jouw kind kan het fijn zijn om te weten dat er niet iets ‘mis’ is met hem of haar. Je kunt daardoor ook het gedrag en eventuele problemen in een ander daglicht plaatsen en handelen op de onderliggende hoogbegaafdheid, in plaats van op het gedrag wat enkel een signaal is.

Uit een IQ-test kan ook blijken dat er geen sprake is van hoogbegaafdheid. Sommige niet- hoogbegaafde kinderen kunnen namelijk kenmerken van hoogbegaafdheid laten zien, terwijl ze niet hoogbegaafd zijn. Wanneer uit een hoogbegaafdheidsonderzoek blijkt dat er geen sprake is van hoogbegaafdheid, is dat net zo goed een belangrijk inzicht. Dat betekent namelijk dat er iets anders speelt wat aandacht nodig heeft. Houd er wel rekening mee dat de uitslag van een test niet altijd 100% accuraat is. Daarover in het volgende stuk meer.

NADELEN VAN HET TESTEN

We hebben gezien dat er een aantal waardevolle voordelen aan het testen van hoogbegaafdheid zitten. Maar er zijn ook nadelen. Denk hierbij aan de volgende:

  1. Hoogbegaafdheid laat zich soms niet zien op een (IQ-)test
  2. Het geven van een label is niet altijd gewenst
  3. Het vaststellen van hoogbegaafdheid sluit andere dingen niet uit

1. Hoogbegaafdheid laat zich soms niet zien op een (IQ-)test

Hoewel een test hoogbegaafdheid kan bevestigen, kan het niet per se uitsluiten dat er sprake is van hoogbegaafdheid. Het komt namelijk niet in alle gevallen tot uiting op een IQ-test. Ook kan het getoonde gedrag en bepaalde eigenschappen in een persoonlijkheidsonderzoek toegewezen worden aan een bepaalde stoornis. Daarom is het op de eerste plaats al cruciaal om alleen te laten testen door iemand die een expertise op gebied van hoogbegaafdheid is.

Wanneer hoogbegaafdheid niet blijkt uit de test terwijl er wel sprake is van hoogbegaafdheid, brengt dit een aantal vervelende gevolgen mee. Zo kan het ervoor zorgen dat je als ouder een andere weg inslaat terwijl er wel sprake is van hoogbegaafdheid. Het kan er daarnaast voor zorgen dat het moeilijker wordt om binnen school passende begeleiding en ondersteuning te ontvangen omdat nu zwart op wit staat dat hoogbegaafdheid niet is gebleken uit de test. Wees je er daarom van bewust dat testen niet altijd op een manier uitpakt die bijdraagt aan wat je wilt bereiken.

Dat hoogbegaafdheid niet blijkt uit een IQ-test, kan zijn vanwege de volgende punten:

– Een IQ-test is een momentopname
– Het testen van hoogbegaafden kent bepaalde uitdagingen
– Er zijn verschillende soorten intelligentie, niet alle vormen worden gemeten

Een IQ-test is een momentopname

Een intelligentietest is een moment opname en kan daarom door verschillende factoren beïnvloed worden. Wanneer jouw kind faalangst is, wat regelmatig voorkomt bij hoogbegaafde kinderen, kan het slecht gaan presteren. Maar ook factoren als spanning, een tekort aan slaap of een vervelende gebeurtenis de dag voor de test, kunnen de uitslag negatief beïnvloeden. Dan wordt er onder het eigen niveau gepresteerd en blijkt hoogbegaafdheid niet uit de IQ-test in de vorm van een bovengemiddelde uitslag.

Het is belangrijk om de uitslag van de IQ-test op waarde te schatten. Bij een score net onder de 130 is het sowieso belangrijk om de mogelijke hoogbegaafdheid nog steeds verder te onderzoeken. Blijf je verdiepen in hoogbegaafdheid, leer erover, zodat je kunt herkennen wat wel of niet relevant is voor jouw kind.

Het testen van hoogbegaafden kent bepaalde uitdagingen

Het afnemen van intelligentietesten en persoonlijkheidsonderzoeken bij slimme/hoogbegaafde kinderen is anders dan bij kinderen met een gemiddelde intelligentie. De volgende uitdagingen spelen een rol:

  • Kinderen die hoogbegaafd zijn, zijn gevoeliger voor de manier waarop zij benaderd worden en de manier waarop het onderzoek is opgezet. Als deze te kinderachtig is, als de manier van aanspreken niet aansluit, of als een kind zich onveilig voelt bij de onderzoeker, zal jouw kind op een IQ-test minder presteren;
  • Hoogbegaafde kinderen gaan vaak voor kwaliteit in plaats van voor snelheid. Dit heeft gevolgen voor de interpretatie van de scores en de wijze van instructie geven bij testonderdelen. Zo gebeurt het meten van de performale intelligentie bijvoorbeeld door middel van testonderdelen die onder tijdsdruk plaatsvinden. Het helpt als een onderzoeker bij een onderdeel aangeeft: ‘Het geeft niet als je slordig schrijft. Als ik het maar kan lezen’. Dit voorkomt dat jouw kind extra tijd besteedt aan het netjes schrijven en daardoor tijd tekort komt. Ook bij mondelinge testen is het van belang dat de onderzoeker het kind voldoende tijd geeft om niet alleen het oppervlakkige antwoord te geven, maar ook het diepgaandere antwoord. Veel hoogbegaafde kinderen willen vanwege het complexe denken alle kanten van de zaak benoemen. Een onderzoeker die in een hoog tempo door de vragen gaat, geeft een hoogbegaafd kind niet de kans om te laten zien wat hij of zij allemaal weet;
  • Veel hoogbegaafde kinderen komen pas echt tot leven en tot prestatie als de moeilijkheidsgraad binnen een test stijgt. Als de onderzoeker te snel afbreekt omdat het kind een aantal antwoorden niet weet en niet goed doorvraagt, kan de uitslag een vertekend beeld geven. Hoogbegaafden zijn erg creatief in hun denken en hun antwoorden vallen regelmatig buiten de antwoorden in de handleidingen. Ze maken ook sneller fouten op simpele vragen omdat ze moeilijker denken dan nodig of niet goed opletten omdat ze het saai vinden. Daarom is het belangrijk dat er niet alleen gekeken wordt naar het aantal fouten, maar ook naar het soort fouten en hoe tot antwoorden is gekomen;
  • De meeste hoogbegaafde kinderen zijn perfectionistisch ingesteld. Ze geven pas een antwoord als ze het zeker weten en kunnen daardoor vastlopen in het geven van een antwoord. Een onderzoeker die hier oog voor heeft, zal regelmatig tegen zo’n kind zeggen dat het ook mag raden of gewoon mag beginnen met vertellen wat het wel weet;
  • Sommige hoogbegaafde kinderen hebben enorm veel energie en zijn erg bewegelijk. Wanneer jouw kind te lang stil moet zitten, zal het gaan afhaken. Het is belangrijk dat de onderzoeker hier ruimte aangeeft door bijvoorbeeld het kind sommige onderdelen te laten maken terwijl het aan de tafel staat of rondloopt.

Er zijn verschillende soorten intelligentie, niet alle vormen worden gemeten

Een IQ-test meet met name een aantal soorten intelligentie, denk hierbij aan de:

  • Verbaal-linguïstische intelligentie: het vermogen om taal te gebruiken om jezelf uit te drukken, andere mensen te overtuigen en anderen te begrijpen.
  • Logisch-mathematische intelligentie: het vermogen om verbanden te begrijpen, gestructureerd te werken en om te gaan met (abstracte) getallen.
  • Visueel-ruimtelijke intelligentie: het vermogen om een concreet probleem voor zich te zien, te denken in beelden.Dit zijn echter niet de enige gebieden waarop jouw kind intelligentie kan zijn. Denk bijvoorbeeld ook aan creatievere vormen van intelligentie. Howard Gardner benoemt in zijn Meervoudige Intelligentie Theorie naast de bovenstaande vormen van intelligentie ook de onderstaande vormen van intelligentie. Deze worden meestal niet meegenomen in testen waardoor een hoogbegaafd kind dan niet als hoogbegaafd wordt aangemerkt, terwijl hij of zij dat wel is, maar op een minder voor de hand liggend intelligentiegebied.
  • Muzikale intelligentie: het hebben van een goed gevoel voor geluid en ritme en een grote voorliefde voor muziek.
  • Lichamelijke intelligentie: het vermogen om het lichaam te gebruiken zodat je hiermee iets kunt uitdrukken, een probleem kan oplossen of een doel kunt bereiken.
  • Intrapersoonlijke intelligentie: het vermogen om zelfstandig beslissingen te nemen. Een persoon met een hoge intrapersoonlijke intelligentie is onafhankelijk, heeft een hoge wilskracht en een hoge zelfreflectie.
  • Interpersoonlijke intelligentie: het vermogen om zich in te leven in andere personen, andere personen te begrijpen, andere personen te begeleiden en andere personen te manipuleren. Een persoon met een hoge interpersoonlijke intelligentie is sociaal, gaat vaak mee in andermans humeur en heeft een hoog EQ (emotionele intelligentie).
  • Natuurgerichte intelligentie: het vermogen om natuurlijke elementen te herkennen, te begrijpen en te gebruiken. Een persoon met een hoge natuurgerichte intelligentie is goed in het herkennen van dieren en planten en kan die kennis toepassen in het dagelijks leven.
  • Existentiële intelligentie: het vermogen om te filosoferen. Een persoon met een hoge existentiële intelligentie stelt kritische vragen over het leven en het bestaan, is belangstellend in het universum, filosofeert graag en gaat graag diep op problemen in.

Meer lezen over de rol van intelligentie in hoogbegaafdheid? Lees dan ook dit artikel: ‘De rol van intelligentie in hoogbegaafdheid‘.

2. Het geven van een label is niet altijd gewenst

In onze samenleving zijn we tegenwoordig best snel geneigd overal labels op te plakken. Hoewel het label hoogbegaafdheid de juiste ondersteuning mogelijk kan maken, kan het ook afstand creëren tussen jouw kind en leeftijdsgenoten of ervoor zorgen dat jouw kind op een bepaalde manier wordt behandeld die niet wenselijk is. Denk hierbij aan pestgedrag.Uiteindelijk gaat het ook niet om het label. Het is niet de bedoeling om jouw kind in een hokje te kunnen plaatsen, daarmee zul je jouw kind altijd tekort doen. Het gaat erom dat jij en jouw kind weten wat er speelt en welke kenmerken van hoogbegaafdheid relevant zijn.

3. Het vaststellen van hoogbegaafdheid sluit andere dingen niet uit

Wanneer er uit de IQ-test en/of het persoonlijkheidsonderzoek blijkt dat er sprake is van hoogbegaafdheid, dan is het belangrijk om daarmee niet gelijk de zaak af te sluiten. Onderzoek ook of er bepaalde gedragingen zijn die niet vanuit hoogbegaafdheid verklaart kunnen worden. En kijk of er redenen te vinden zijn waarom jouw kind bijvoorbeeld niet goed functioneert op school in de vorm van prestaties. Denk aan leerbelemmeringen of gedragsstoornissen.

Het lastige hierbij is overigens dat deze elkaar kunnen verbloemen. Een hoogbegaafd kind met bijvoorbeeld dyslectie kan gemiddeld presteren omdat het zichzelf trucjes heeft eigen gemaakt die ervoor zorgen dat de dyslectie niet opvalt. Denk hierbij aan een kind dat door de dyslectie moeite heeft met lezen, maar wel heel goed de lesstof kan onthouden die klassikaal besproken is. Dat het kind moeite heeft met lezen, valt dan niet op. Als het ondersteund wordt in de leerbelemmering, kan tot betere resultaten gekomen worden en kan het kind zichzelf beter ontwikkelen. Op een later moment wordt de leerbelemmering overigens vaak wel zichtbaar. Vaak omdat bepaalde trucjes dan niet meer werken vanwege de complexiteit of de hoeveelheid van de lesstof.

Het vaststellen van hoogbegaafdheid is daarnaast een beginpunt, geen eindpunt. Het geeft meer licht op wat er bij jouw kind speelt, maar sluit andere mogelijkheden niet uit. Het is dus niet altijd zwart-wit; of dit of dat. Wanneer de uitslag van een test wel zo geïnterpreteerd wordt, kan het nog steeds gebeuren dat jouw kind niet de juiste ondersteuning krijgt. Wees daar oplettend op.

Na het vaststellen start overigens pas de zoektocht naar wat hoogbegaafdheid betekent. Vanwege de diversiteit onder hoogbegaafden mag niet vergeten worden dat er per kind gekeken moet worden naar hoe hoogbegaafdheid een invloed heeft op zijn of haar leven en wat er nodig is qua ondersteuning en begeleiding.

CONCLUSIE, WEL OF NIET TESTEN?

Uiteindelijk is het antwoord op deze vraag volledig afhankelijk van wat er wenselijk is en in hoeverre een test noodzakelijk is om de juiste ondersteuning voor jouw kind te krijgen. Als ouder heb je de (lastige) taak om hierin een beslissing te nemen. Ons advies is vooral om deze beslissing pas te nemen na het afwegen van de informatie over het testen en nadat je hebt onderzocht wat hoogbegaafdheid inhoudt en meebrengt.

Wanneer je besloten hebt om jouw kind te laten testen, is de volgende stap het vinden van een onderzoekscentrum waar je dit kunt doen. Neem de tijd om dit uit te zoeken. Kijk op verschillende websites, vraag intakes aan en prijsopgaven. Vraag hoe ze te werk gaan en vooral ook wat hun ervaring met hoogbegaafdheid is. Wanneer je twijfelt over de expertise op gebied van hoogbegaafdheid, laat jouw kind daar dan niet testen. Het is echt noodzakelijk dat het testen van jouw kind gedaan wordt door een specialist op gebied van hoogbegaafdheid

Vorig artikel Creatief hoogbegaafden op school
Volgend artikel Hoogbegaafdheid bij kinderen: kenmerken en gedrag
Inhoud